Marcplaats

Een blog over de mens achter de advocaat

Marc van den Boomen is partner bij
QO Advocaten

Ondernemer, let op uw debiteur!

 

Sinds de kwestie van de gevallen Amsterdamse advocaat met Limburgse wortels Bram M. weet ook het grote publiek dat advocaten onderworpen zijn aan Gedragsregels. Als je die aan je laars lapt, dan kan je dat duur komen te staan. In het uiterste geval word je zelfs “geschrapt van het tableau”, zoals dat heet. Je bent dan geen advocaat meer. Je toga kan aan de wilgen. Maar dan moet je het wel heel bont maken natuurlijk.

 Tot 2016 had ik als advocaat “maar” twee tuchtklachten op mijn naam.

Tot 2016 - ik had toen 22 jaar ervaring - had ik als advocaat “maar” twee tuchtklachten op mijn naam. Beide klachten waren door de Deken ongegrond verklaard. Daarmee was voor mij de kous af. Aan mijn blanco “strafblad” kwam in 2016 echter onverwacht een einde. Ik kreeg een tuchtrechtelijke waarschuwing, nadat een ontevreden oud cliënt een klacht tegen mij had ingediend. Wat was er gebeurd?  

 

De oud cliënt had de laatste factuur niet betaald. Hij erkende wel dat de factuur moest worden betaald, maar kwam niet over de brug. Dat is bijzonder vervelend en niet alleen voor advocaten. Vele ondernemers hebben te maken met onbetaalde facturen. Zo’n wanbetaling is voor degene die het product of de dienst heeft geleverd altijd een doorn in het oog. Zeker als er geen gegronde reden is voor het uitblijven van de betaling. Als je een brood haalt bij de bakker, dan reken je toch ook af. Of niet?

 

Op een bepaald moment werd ik benaderd door een andere advocaat die het faillissement van deze oud cliënt aan wilde vragen. De wanbetaler liet blijkbaar nog meer schuldeisers onbetaald. Ik verleende mijn collega toestemming om mijn vordering als steunvordering te gebruiken. Misschien kwam de oud cliënt, door de dreiging van een faillissement, toch nog over de brug. Mijn gedachte bleek juist te zijn. De oud cliënt belde mij en bood aan om een deel van de factuur alsnog te voldoen. Ik heb daar “ja” op gezegd en sloot het dossier. De oud cliënt dankte mij nog van harte dat ik dit zo met hem had willen regelen. De lucht leek geklaard en het faillissement was van de baan (dacht hij).

 

Zijn nieuwe advocaat had hem namelijk verteld dat het faillissement niet in stand zou kunnen blijven, indien hij mij zou betalen. Maar hij kwam bedrogen uit: het faillissement bleef wel in stand en de oud cliënt ging de bietenbrug op.

 

Dat resulteerde bij hem in frustratie. De oud cliënt richtte zijn pijlen vervolgens op mij en diende een tuchtklacht in. Reden: ik had conform de Gedragsregels toestemming aan de Deken moeten vragen, voordat ik mijn vordering als steunvordering liet gebruiken. Die toestemming had ik niet en daarom moest ik volgens de oud cliënt tuchtrechtelijk worden gestraft. De Raad van Discipline was het met hem eens. Mijn straf was een waarschuwing: “Niet meer doen, mr. Van den Boomen!”.

“Niet meer doen, mr. Van den Boomen!”

Hoewel een dergelijke straf niet echt “pijn” doet, voelde het voor mij niet goed. Ik vond namelijk dat ik wel juist had gehandeld. Deze oud cliënt had de vordering keihard erkend en had mij zelfs toegezegd vrijwillig te zullen betalen. Pas toen een faillissement dreigde, kwam hij ineens over de brug (met slechts een deel van wat ik te vorderen had, maar vooruit, ik ben de beroerdste niet). Overleg met de Deken – die vooral toetst of de vordering wel voldoende vaststaat – was hier in mijn ogen overbodig.

 

Ik ben daarom in hoger beroep gegaan bij het Hof van Discipline. De oud cliënt ging ook in hoger beroep, omdat hij de straf veel te laag vond. Anders dan in eerste instantie vond mijn betoog in hoger beroep wel gehoor. Het Hof was het zelfs volledig met mij eens. Ik had tuchtrechtelijk juist gehandeld en mijn strafblad was weer blanco.

Ik had tuchtrechtelijk juist gehandeld en mijn strafblad was weer blanco.

Moraal van dit verhaal: ondernemer, let op uw debiteuren en neem tijdig actie. Het aanvragen van een faillissement kan soms werken, hoewel het mij in deze kwestie wel heel wat heeft gekost.